Workshop "negatief aandacht vragen"
 

Jos voerde de workshop uit als flexkracht van Sovak, instelling voor huisvesting en begeleiding van verstandelijk- en lichamelijk beperkte mensen in midden Brabant,
Gruytplein in Terheijden op 11 jan. 2013 voor ruim 30 flex-medewerkers.
Tijdsduur: 10.00 tot 13.00 uur (3 uur).
Aantal Subgroepen: 6, verspreid aan tafeltjes in de grote zaal.
Jos zal na de inleiding instrueren dat 1 persoon binnen elke subgroep wordt benoemd als rapporteur, die de conclusies inbrengt bij de plenaire afronding.
Jos maakt nog een draaiboekje om de workshop in banen te leiden.

 

Inleiding:
Iedereen die langer dan 1 dag gewerkt heeft in een groep mensen, is bekend met het fenomeen ďnegatief aandacht vragenĒ. Dit veroorzaakt niet zelden ďtegenoverdrachtĒ bij de begeleiders.

Ik ga er vanuit dat niet werkelijk sprake is van negatief gedrag bij een cliŽnt die moeite heeft om afdoende aandacht te genereren. Vanuit de SPH gaan we altijd uit van gedrag dat past bij de omstandigheden. Ik plaats dan ook negatief tussen aanhalingstekens.
Dat gedrag als negatief ervaren kan worden, wordt veelal veroorzaakt door tegenoverdracht bij de hulpverlener. Deze heeft dan moeite met het accepteren van het gedrag en gaat er negatieve gevoelens op projecteren. Enfin, ... ik zal er allemaal nog nader op ingaan in de inleiding. Prettig weekend gewenst en hartelijke groet, Jos.

 

Zomaar wat vragen vooraf:
Mag een cliŽnt negatief aandacht vragen?
Wat is negatief aandacht vragen?

Wat is negatief?

Wat is aandacht?

Vraagt de cliŽnt wel negatief aandacht?

Vraagt de cliŽnt zelfs wel aandacht?

En als de cliŽnt al aandacht vraagt, is dat terecht?

Wie maakt uit wat terecht is?

Als de cliŽnt aandacht vraagt, zijn we dan niet al te laat met aandacht geven?

 

Irritant:

ďNegatief aandacht vragenĒ is een irritant verschijnsel, waarvan begeleiders veel last kunnen hebben. Het raakt aan het eigen wezen van de hulpverlener. Het betreft een botsing van karakters. De indringende vraag om aandacht, kan irritatie oproepen, onmachtsgevoelens en zelfs boosheid. Als verschillende begeleiders deze emoties bij dezelfde cliŽnt ervaren, kunnen ze bij elkaar begrip en steun vinden, maar kan de cliŽnt in een moeilijk en geÔsoleerde situatie terecht komen.


Goede bedoelingen:
Ik ga ervan uit, dat iedere hulpverlener het beste voor heeft met alle cliŽnten en dus ook met elke individuele client. Als begeleider wil je je uiterste best doen. Je zet je in, voor het welzijn van iedere afzonderlijke client en je spant je in, om de gang van zaken binnen de groep zo perfect mogelijk te laten verlopen. Darbij zijn heel veel zaken, die dwingend tot uitdrukking moeten komen. Bovendien span je je in, om het leuk en gezellig te maken voor de totale groep. Je hoopt dat je dit allemaal op de juiste manier doet, volgens de regels van Sovak, ingebed binnen de heersende groepscultuur en afgestemd op je collegaís. Je hoopt dat gezien wordt wat je allemaal doet en dat dit gewaardeerd wordt. 

 

Tekort schieten:
Diep in je hart heb je vaak het gevoel, dat je toch nog tekort schiet. Het is allemaal ook zo ontzettend ingewikkeld. Hoe je ook je best doet, vaak gaat het toch anders of minder goed dan je zou willen. Je moet de aandacht verdelen over meerdere cliŽnten. Je moet materiŽle zaken regelen. Je moet rapporteren. Je moet zoveel meer. Dan is te vaak, te weinig tijd voor persoonlijke aandacht. Als dan een beroep op je aandacht wordt gedaan, terwijl je met je hoofd en je hart ergens anders bent, lukt dat onvoldoende. Maar in je hart wil je het wel. Dat is een dilemma. Je voelt je tekort schieten. Maar de cliŽnt kan het niet helpen. De meeste cliŽnten berusten in hun lot. Ze vragen weinig aandacht. Ze krijgen dan vaak ook weinig aandacht. Het komt zelfs voor, dat je op het eind van een dienst je afvraagt, of je een bepaalde cliŽnt wel gezien hebt. Een andere cliŽnt kan extreem krachtig je aandacht opeisen.

 

Ergernis:
Als een cliŽnt er een gewoonte van maakt, om meermaals per dag steeds opnieuw veelvuldig de aandacht van een begeleider te trekken, kan afkeer tegen zoín persoon groeien. Dat gebeurt vooral, als een cliŽnt blijkbaar niet succesvol is, om die aandacht te verkrijgen. Om die aandacht toch te verwerven, kan de manier van aandacht vragen steeds frequenter en steeds indringender worden, soms door opvallende en onbegrijpelijke acties, zoals roepen, schreeuwen, krijsen, huilen, schelden, beschuldigen, zich beklagen, zichzelf krabben, bijten, slaan, zich laten vallen, dingen kapot maken, dreigen, klachten uiten, andere cliŽnten lastig vallen of zelfs de begeleider aanvallen,  etc. Wat gebeurt er dan met jou? Je kunt je gaan ergeren. Maar waaraan erger je je dan? Aan de cliŽnt? Of aan jezelf?  Of aan de organisatie? Er komt machteloosheid bij je op. Het ongenoegen is moeilijk toe te laten. Je kunt je ongenoegen gaan projecteren op de ďlastige cliŽntĒ. Vaak heb je geen tijd als de cliŽnt aandacht vraagt. Je kunt de te verstrekken aandacht uitstellen, zeggende: ďIk kom straks naar je toeĒ. Maar wat is ďstraksĒ? De cliŽnt heeft vaak geen tijdsbesef , wenst onmiddellijke behoeftebevrediging of op zijn minst een duidelijk antwoord. Een cliŽnt kan bij herhaling aandacht vragen ďom nietsĒ. Maar wat is ďnietsĒ. Dat kan een cliŽnt heel anders beleven dan jij!!!!! Je kunt een cliŽnt ook negeren, proberen te corrigeren, bestraffend toespreken, of nog drastischer maatregelen nemen. CliŽnt en hulpverlener lijken in een dance macabre verzeild geraakt te zijn, een vicieuze cirkel waaruit ontsnappen moeilijk wordt. Als meerdere begeleiders in zoín patroon verzeild zijn geraakt, wordt zoín cliŽnt wel eens overgeplaatst naar een andere groep. Ik heb cliŽnten gekend die in een ďcarrouselĒ geplaatst werden. Zoín soms woonde nooit langer dan 3 maanden binnen 1 groep. Tegen die tijd was iedereen al weer opgebrand. Ik ken ook cliŽnten die ďdoor hun gedragĒ steeds werden gesepareerd. Er ontstaat een patroon van ďmeer van hetzelfdeĒ, waaraan moeilijk te ontsnappen valt, maar geen oplossingen biedt. Het is absoluut noodzakelijk dat zoín patroon doorbroken wordt. Daarvoor is veel creativiteit, betrokkenheid en empathie nodig, met steun van elkaar en leiding.  

 

Zelfreflectie:
Mijn idee is, dat zelfreflectie bij de medewerkers hier uitkomst kan bieden. Het is nodig dat je jezelf kent, met al je sterke punten maar ook je kwetsbaarheden. Dan weet je ook, dat wanneer een client ďonredelijk gedrag vertoontĒ, deze appelleert aan een zwak punt bij jezelf. De cliŽnt is authentiek in zijn of haar manier van uiten. Gezien de omstandigheden, kan de cliŽnt niet anders. Maar jij als hulpverlener kan altijd wel anders. Want wij hebben keuzemogelijkheden bij in te zetten acties en strategieŽn. 

 

Zorg voor de begeleider:
Bovendien is het noodzakelijk dat er goed voor de begeleider gezorgd wordt. Waar kan de begeleider anders de kracht en het geduld vandaan halen om het werk te kunnen verrichten? Als je jezelf toestaat, goed voor jezelf te zorgen wordt je tolerantie en je draagkracht en geduld groter. Als collegaís is het belangrijk om elkaar steunen en bevestigen. Het is ontzettend belangrijk dat de teamleiding zorgt voor goede arbeidsvoorwaarden en voorzieningen. Daar hoort nadrukkelijk bij dat zij de medewerkers positief bekrachtigt, geregeld complimenteert en hen aanmoedigt. Als de teamleiding zorg uitstraalt naar de medewerkers, worden allen krachtiger en wordt het werken veel aantrekkelijker en plezieriger. Vanuit zelfkennis, onderlinge steun en geduld, ontstaat de tolerantie, waardoor het gedrag van de ďmoeilijke cliŽntĒ beter verdragen wordt en scheurt zulk gedrag geen eigen wonden meer open van vermeend tekortkomen en liefdeloosheid.

 

Casus: bejegening van een ďmoeilijkeĒ cliŽnte in de ochtend.

 

Korte beschrijving van de cliŽnte:
Een zware, licht verstandelijk beperkte mevrouw van 59 jaar die we RafaŽlla zullen noemen. is lichamelijk ernstig gehandicapt, doordat haar op 30 jarige leeftijd een ernstig ongeluk is overkomen en incontinent. RafaŽlla maakt deel uit van een groep van 8 ernstig verstandelijk en lichamelijk beperkte mensen, waarbij zij verstandelijk de boventoon voert. Ze is een van de weinige groepsgenoten waarmee een eenvoudig gesprek mogelijk is. RafaŽlla ligt ís-nachts met hulpmiddelen in bed, zodat ze stabiel ligt en haar pijnlijke benen goed beschermd zijn. Ze heeft altijd een popje bij zich in bed. Ze wordt door menig begeleider ervaren als een ďlastige cliŽnteĒ. RafaŽlla kan geÔrriteerd raken door bejegening of haast bij haar lichamelijke verzorging.

 

ochtendritueel:
In de ochtend dienen de mensen begeleid te worden bij het wakker worden, opstaan, lichamelijke verzorging aankleden, gereed maken voor de dag en ontbijten. Daarbij hebben de meeste mensen meer of minder intensieve begeleiding nodig, waarbij meerdere cliŽnten tegelijkertijd gebruik maken van de badkamer. We concentreren ons even op RafaŽlla.
 

Verzorging van RafaŽlla:
RafaŽlla stelt het op prijs, om langzaam wakker te worden. Als ze na een kwartier of half uur benaderd wordt om op te staan werkt ze vaak mee, maar vaak is RafaŽlla er nog niet aan toe, om aan de dag te beginnen. Het popje dient met zorg overgenomen te worden en op haar kastje neergevleid te worden. Ze dient iedere morgen met een tillift uit bed gehaald te worden en gedoucht of gebaad te worden. RafaŽlla geeft voortdurend aanwijzingen om duidelijk te maken wat ze wel en niet wil, dat er gebeurt. Ze maant voortdurend tot voorzichtigheid omdat ze overal pijn heeft. Ze spreekt sterke voorkeuren uit over manier van douchen. RafaŽlla wil hangende in de tilmat gedoucht worden en zoveel mogelijk zelf doen. Als ze geÔrriteerd raakt, kan ze gaan mopperen, de begeleider natspuiten en zelfs flink slaan.

 

Oefening:

verdeling in  4 ŗ 6 subgroepen van ca. 6 personen.

 

Onderzoeksvraag:

Hoe sta jij RafaŽlla bij tijdens het ochtendritueel?

Hoe breng je evenwicht aan in de aspecten van verzorging en bejegening van deze mevrouw?

wat speelt mee? Wat steekwoorden: dwang, vrijheid, hygiŽne, baden, douchen, keuze kleding, snelheid van handelingen, rust, welzijn, geluksbeleving, etc.

 

Afsluitende plenaire bijeenkomst:

Ik ben benieuwd te vernemen, wat voor creatieve oplossingen er binnen de subgroepen zijn gevonden. Door deze voor het voetlicht te brengen, zullen we ontdekken dat er meerdere manieren bestaan, om aan de behoefte van deze mevrouw tegemoet te komen en toch de voortgang van de opstartfase van de dag van de gehele groep te garanderen.

 

Hoofd Flexpool reageert:
Leuk dat je zo enthousiast bent. Hartelijk bedankt voor je leerzame inbreng deze ochtend.
Er is weer wat in beweging gezet zodat de kwaliteit van zorg waarschijnlijk weer verbeterd wordt. Echt heel goed!